ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6234

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001348-10
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs diefstal met braak en verbreking

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in Assen betreffende diefstal met braak en verbreking. Verdachte werd ervan beschuldigd in april 2008 een geldkistje, geld en diskettes uit een garagebedrijf weggenomen te hebben door braak.

Tijdens het onderzoek heeft het hof vastgesteld dat er een bloedspoor aanwezig was op de plaats delict dat met grote waarschijnlijkheid het DNA van verdachte bevatte. Echter, naast dit spoor waren er geen andere omstandigheden die verdachte direct met het ten laste gelegde feit verbonden.

Het hof oordeelde dat enkel het aantreffen van het bloedspoor onvoldoende bewijs vormt om verdachte te veroordelen. Anders dan de advocaat-generaal vond het hof dat het niet aan verdachte is om de aanwezigheid van het bloedspoor te verklaren. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken wegens gebrek aan bewijs.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs ondanks aanwezigheid van bloedspoor met zijn DNA.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-001348-10
Uitspraak d.d.: 26 mei 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 6 juli 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1971],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 januari 2011, 12 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 10 weken. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.H. Rump, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
feit:
hij in of omstreeks de periode van 17 april 2008 tot en met 18 april 2008, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand aan de [adres] (garagebedrijf) heeft weggenomen een geldkistje en/of een hoeveelheid geld en/of een aantal diskettes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot dat pand heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Naar het oordeel van het hof is met het enkele aantreffen van een bloedspoor op de plaats van het delict onvoldoende onderbouwd dat verdachte zich op het tenlastegelegde tijdstip en op de tenlastegelegde plaats heeft schuldig gemaakt aan de hem verweten gekwalificeerde diefstal. Behalve de vastgestelde - grote - kans dat het aangetroffen bloedspoor het DNA-materiaal van verdachte bevat, is er geen omstandigheid gebleken die verdachte verbindt met het ten laste gelegde feit. Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat enkel die kans niet een zodanige situatie met zich meebrengt dat het aan verdachte is om de aanwezigheid van voormeld bloedspoor te verklaren. Hieruit volgt dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is tenlastegelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. O. Anjewierden, voorzitter,
mr. A. Dijkstra en mr. P.W.M. Huisman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van R. Jansen, griffier,
en op 26 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. P.W.M. Huisman is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.