ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2387
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens weigering oormerken schapen door gewetensbezwaarde veehouder
Een veehouder werd vervolgd omdat hij 55 schapen hield zonder deze te voorzien van het wettelijk voorgeschreven oormerk. Hij beriep zich op zijn status als gewetensbezwaarde, zoals erkend voor runderen, en betoogde dat een vergelijkbare regeling voor schapen ontbrak. Het hof stelde vast dat de Europese en nationale regelgeving geen ruimte biedt voor een gedoogregeling voor schapenhouders met gewetensbezwaren.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, bewijsverweren en schending van grondrechten. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het niet oormerken strafbaar is. Wel werd erkend dat verdachte oprecht handelt vanuit zijn geweten, waardoor toepassing van artikel 9a Sr (schuldig zonder strafoplegging) passend is.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht: verdachte werd schuldig verklaard zonder straf of maatregel. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden. Het arrest benadrukt de noodzaak van naleving van identificatievoorschriften voor diergezondheid en volksveiligheid, ook bij gewetensbezwaarden, en bevestigt dat het ontbreken van een specifieke regeling voor schapenhouders geen reden is voor niet-ontvankelijkheid of strafuitsluiting.
Uitkomst: Verdachte is schuldig verklaard zonder strafoplegging wegens het niet oormerken van schapen.