ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2402
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens weigering oormerken schapen en geiten door gewetensbezwaarde veehouder
De zaak betreft een veehouder die als gewetensbezwaarde erkend is voor runderen, maar weigert zijn schapen en geiten te oormerken. Het hof bespreekt uitvoerig de Europese en nationale regelgeving omtrent identificatie en registratie van dieren, waaronder verordening 21/2004 en de Regeling identificatie en registratie van dieren.
De verdachte werd op 20 juni 2006 gecontroleerd en bleek 58 schapen en 1 geit te houden zonder de verplichte oormerken. Hij voerde verweren aan over discriminatie ten opzichte van rundveehouders, het ontbreken van een gedoogregeling voor schapen en geiten, en schending van grondrechten zoals artikel 9 EVRM Pro en artikel 10 Handvest Pro EU.
Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk is, en dat de identificatieplicht wettelijk is verankerd en proportioneel is in het belang van volksgezondheid en dierziektebestrijding. Wel werd het feit strafbaar verklaard, maar op grond van artikel 9a Wetboek van Strafrecht werd de verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging vanwege zijn gewetensbezwaarde status en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Het hof stelde ook vast dat de redelijke termijn overschreden was en wees prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie af. De uitspraak bevestigt dat er geen aparte regeling voor gewetensbezwaarden bij schapen en geiten bestaat en dat weigering tot oormerken strafbaar blijft, maar dat in bijzondere omstandigheden straf kan worden achterwege gelaten.
Uitkomst: Verdachte is schuldig aan het niet oormerken van schapen en geiten maar krijgt geen straf opgelegd vanwege zijn gewetensbezwaarde status.