ECLI:NL:GHLEE:2011:BR6995
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Huiskes
- P. van der Wal
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste aangifte en uitdeling
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een vennootschap, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over het jaar 2000, waarbij een bedrag van f 15.700 onduidelijk was of en door wie het was betaald. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de navorderingsaanslag verminderd.
De Inspecteur stelde in hoger beroep dat het bedrag van f 15.700 als inkomsten uit arbeid of uitdeling moest worden beschouwd en dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan. Het Hof toetste dit aan de hand van de regels omtrent stelplicht en bewijslast en concludeerde dat onvoldoende feiten bekend waren om het bedrag van f 15.700 tot het inkomen van belanghebbende te rekenen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet had voldaan aan de verzwaarde bewijslast om de onjuistheid van de navorderingsaanslag aan te tonen. Het gecorrigeerde bedrag van f 15.700 werd als een redelijke schatting van verzwegen inkomsten beschouwd. Daarom vernietigde het Hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.