ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2420
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bij schorsing korter dan drie maanden
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvan de schorsing liep van 21 april 2009 tot en met 18 juni 2009, een periode korter dan drie maanden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) op van €213, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat de wet bepaalt dat bij een schorsing korter dan drie maanden de belasting alsnog geheven mag worden. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat hij niet wist en ook niet redelijkerwijs kon weten dat een naheffingsaanslag zou volgen bij een dergelijke korte schorsing. Hij verwees naar het ontbreken van informatie op de RDW-website en het gebrek aan informatie van een postkantoormedewerker.
Het Hof stelde dat de belastingheffing rechtstreeks volgt uit de wet en dat belanghebbende als burger geacht wordt kennis te nemen van de wet. Er bestaat geen verplichting voor de Inspecteur of uitvoeringsinstanties om spontaan aanvullende informatie te verstrekken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de gebrekkige informatie.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 20 september 2011 en schriftelijk verzonden op 21 september 2011.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.