ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7513
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting festivalorganisatie en recht op aftrek voorbelasting
Belanghebbende, een stichting die jaarlijks het festival C organiseert, kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2003 tot en met 2005 en een nihil-teruggaaf over 2006. De Rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslagen. De Inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof.
Het geschil betreft of belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 kan worden aangemerkt en of zij recht heeft op aftrek van alle in het kader van het festival betaalde omzetbelasting. Het festival werd in de jaren 2003-2006 gratis aangeboden en grotendeels gefinancierd met subsidies en sponsorbijdragen, naast beperkte horeca- en pachtinkomsten.
Het Hof oordeelt dat er geen sprake is van wederzijdse financiële afhankelijkheid tussen de btw-belaste en niet-belaste activiteiten, zoals vereist volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad. De percentages btw-belaste opbrengsten waren te laag (tussen circa 10% en 19%) om volledige aftrek van voorbelasting te rechtvaardigen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de Inspecteur de teruggaven steeds onder voorbehoud heeft verleend.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, verklaart het beroep in eerste aanleg ongegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verklaart het bezwaar ongegrond. Er is geen proceskostenvergoeding toegewezen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en het beroep in eerste aanleg wordt afgewezen; belanghebbende heeft geen recht op volledige aftrek van voorbelasting.