ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6828
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep terugkeer minderjarige naar Verenigde Staten op grond van Haags kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 22 november 2011 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad. De Centrale Autoriteit had verzocht om teruggeleiding van de minderjarige naar de Verenigde Staten, omdat de moeder het kind zonder toestemming van de vader naar Nederland had gebracht en daar hield. De rechtbank had dit verzoek toegewezen en de terugkeer gelast.
De moeder stelde in hoger beroep meerdere grieven in, waaronder dat de vader toestemming zou hebben gegeven voor verblijf in Nederland en dat er sprake zou zijn van een onveilige thuissituatie in de Verenigde Staten. Het hof verwierp deze grieven, overnam de feiten en oordelen van de rechtbank en concludeerde dat de moeder onvoldoende had onderbouwd dat er een ernstig risico voor het kind zou zijn bij terugkeer. Ook het verzet van het kind tegen terugkeer werd niet gevolgd vanwege haar leeftijd en mogelijke beïnvloeding.
Het hof benadrukte dat het Haags Verdrag gericht is op het herstel van de situatie voorafgaand aan de ontvoering en dat het verzoek binnen de termijn van een jaar was ingediend. Het verzoek tot terugkeer werd daarom bekrachtigd, met een terugkeerdatum vastgesteld op 27 december 2011 om het kind de gelegenheid te geven zich voor te bereiden.
Daarnaast wees het hof het meer subsidiaire verzoek van de moeder af, waaronder het verzoek om een omgangs- en vakantieregeling, omdat dit niet in hoger beroep kan worden ingesteld. De moeder werd ook niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken die niet direct verband hielden met de terugkeer.
Uitkomst: Het hof gelast de terugkeer van de minderjarige naar de Verenigde Staten uiterlijk op 27 december 2011 en verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar meer subsidiaire verzoeken.