ECLI:NL:HR:2012:BW4002

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05548
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 12 Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake teruggeleiding achtergehouden kind op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag

In deze zaak stond de teruggeleiding van een achtergehouden kind centraal, waarbij de moeder cassatie instelde tegen een beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden. De Centrale Autoriteit, belast met de taak van centrale autoriteit onder het Haags Verdrag inzake internationale ontvoering van kinderen, trad op als verweerder samen met de vader die in de Verenigde Staten woont.

De moeder verzocht de Hoge Raad het cassatieberoep te behandelen, nadat eerdere beslissingen van de rechtbank Zwolle-Lelystad en het gerechtshof Leeuwarden haar verzoek tot teruggeleiding hadden afgewezen. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de moeder reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen en de eerdere beslissingen bleven in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking tot niet-teruggeleiding van het kind blijft in stand.

Uitspraak

8 juni 2012
Eerste Kamer
11/055482
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
DIRECTIE CONTROL, BEDRIJFSVOERING EN JURIDISCHE EN INTERNATIONALE ZAKEN, AFDELING JURIDISCHE EN INTERNATIONALE ZAKEN, VAN HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE, BELAST MET DE TAAK VAN CENTRALE AUTORITEIT,
gevestigd te 's-Gravenhage,
zowel optredend voor zichzelf als voor [de vader],
wonende te [woonplaats], Texas, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Centrale Autoriteit.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 401435 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, nevenzittingsplaats 's-Gravenhage, van 12 oktober 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.096.314 van het gerechtshof te Leeuwarden van 22 november 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Centrale Autoriteit heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 4 mei 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.