ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6896
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.G. Idsardi
- M.P. den Hollander
- K.R. Kuiken
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing uitvoerbaarverklaring in verzoekschriftprocedure
In deze zaak heeft de man bij het hof verzocht om de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een eerdere beschikking te schorsen. Deze beschikking betrof een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige. Het hof verwijst naar de eerdere beschikking van de rechtbank die het geschil in eerste aanleg behandelde.
De man baseerde zijn verzoek op artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, stellende dat het hof bevoegd zou zijn om hierover te oordelen. Het hof oordeelde echter dat alleen de rechtbank bevoegd is in executiegeschillen en dat artikel 438 Rv Pro het hof geen bevoegdheid geeft in dit incidentele verzoek.
Verder wees het hof het verzoek af omdat de wetgever niet heeft voorzien in de mogelijkheid om in een verzoekschriftprocedure, anders dan in een scheidingsprocedure, een voorlopige voorziening te vragen. Dit volgt uit de relevante titels van Boek 1 Rv. De man werd veroordeeld in de proceskosten en het verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring en veroordeelt hem in de proceskosten.