ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3082
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Vergoedingsrechten bij samenwonen zonder samenlevingsovereenkomst en investeringen in onroerende zaak
Partijen hebben van medio 2001 tot maart 2008 samengewoond zonder schriftelijke samenlevingsovereenkomst en bezaten sinds 2004 gezamenlijk een woonhuis/bedrijfspand. Na beëindiging van de relatie ontstond een geschil over de verdeling van het onroerend goed en de vergoeding van investeringen in het pand.
De rechtbank wees in eerste aanleg een verstekvonnis dat later in verzet werd vernietigd. In hoger beroep vordert appellante alsnog toewijzing van haar vorderingen en vergoeding van haar investeringen. Het hof beoordeelt de omvang en aard van de investeringen van beide partijen aan de hand van facturen, bankafschriften en andere bewijsstukken.
Het hof oordeelt dat geïntimeerde een deel van zijn investeringen voldoende heeft aangetoond, met name betalingen aan Weiland Vloerenbedrijf en AWB CV-ketels, terwijl andere investeringen onvoldoende gespecificeerd zijn. Appellante heeft onvoldoende bewijs geleverd voor haar gestelde investeringen in het pand. Het hof wijst de vorderingen van appellante af en stelt haar in de gelegenheid om nader te reageren op gewijzigde stellingen van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellante af wegens onvoldoende bewijs en houdt de zaak aan voor nadere stukken.