ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9741
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting naheffing en ondernemersstatus tulpenbollenhandel
Belanghebbende was betrokken bij de handel in tulpenbollen via een overeenkomst met F B.V., waarbij tulpenbollen werden gekocht en verkocht op eigen naam maar voor rekening en risico van belanghebbende. Na het faillissement van F ontstond discussie over de fiscale kwalificatie van deze activiteiten en de rechtmatigheid van een naheffingsaanslag omzetbelasting.
De Inspecteur stelde primair dat het beroepschrift te laat was gemotiveerd en dat belanghebbende geen ondernemer was voor de omzetbelasting, omdat de activiteiten incidenteel en louter beleggingen zouden betreffen. Het Hof verwierp deze stellingen en volgde de Rechtbank in haar oordeel dat de activiteiten economische activiteiten zijn conform de Zesde richtlijn en dat sprake is van meer dan een loutere belegging.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende wel degelijk over de tulpenbollen kon beschikken en dat het niet tijdig aanmelden voor btw-doeleinden niet uitsluit dat recht op aftrek bestaat. De naheffingsaanslag werd daarom bevestigd, evenals de vernietiging van de uitspraak op bezwaar. De proceskosten werden aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende economische activiteiten verrichtte en dat de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd.