ECLI:NL:RBBRE:2010:BN0349
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting na vaststellingsovereenkomst PP-Agreement
Belanghebbende werkte bij [X] BV en sloot een profit participation agreement (PP-Agreement) die hem recht gaf op uitkeringen over vijf jaar na uitdiensttreding. Over de inkomsten uit deze overeenkomst werd een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen belanghebbende, [X] en de inspecteur, waarin afspraken zijn gemaakt over de fiscale behandeling en het voorkomen van dubbele belasting.
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomsten uit de PP-Agreement verantwoord met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. De inspecteur legde later een navorderingsaanslag op waarbij een deel van de inkomsten anders werd belast dan overeengekomen. Belanghebbende stelde bezwaar in tegen deze navorderingsaanslag.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende en de inspecteur gebonden zijn aan de vaststellingsovereenkomst en dat belanghebbende zich niet met succes kan beroepen op het ontbreken van een rechtvaardigend nieuw feit. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat een deel van de uitkering al in 2001 was ontvangen en dus in dat jaar belastbaar was, waardoor de inspecteur ten onrechte dit bedrag in 2002 heeft belast. Daarom wordt de navorderingsaanslag verminderd en de heffingsrente dienovereenkomstig aangepast.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tevens in de proceskosten van belanghebbende en bepaalt dat de inspecteur het betaalde griffierecht moet vergoeden. De uitspraak is gedaan op 17 maart 2010 en is vatbaar voor hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd omdat een deel van de uitkering ten onrechte in 2002 is belast in plaats van in 2001.