ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1709
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H. De Hek
- M.E.L. Fikkers
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van concurrentiebeding en boeteplicht na indiensttreding bij concurrerend bedrijf
In deze zaak stond de geldigheid en handhaving van een concurrentie- en relatiebeding centraal, nadat de werknemer, een verzuimconsulent, na beëindiging van haar arbeidsovereenkomst bij een concurrerend bedrijf in dienst trad. De arbeidsovereenkomst bevatte een beding dat zakelijke contacten met relaties van de werkgever binnen een jaar na beëindiging verbood, met een boetebeding bij overtreding.
De werknemer was in dienst bij de werkgever voor zes maanden, waarna zij ontslag nam en bij een ander bedrijf ging werken dat werd geleid door een zakelijke relatie van de werkgever. De werkgever vorderde betaling van een boete wegens overtreding van het beding. De kantonrechter wees deze vordering af, maar kende wel loonvorderingen toe aan de werknemer.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding niet vervallen was en dat de werkgever een redelijk belang had bij het beding. Echter, het was niet aannemelijk dat de werknemer het beding had geschonden, noch dat de werkgever aanspraak kon maken op de boete. Ook ontbrak het aan voldoende spoedeisend belang voor toewijzing van voorschotten op schadevergoeding.
De proceskosten in beide instanties werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de boetavordering af wegens onvoldoende bewijs van schending van het concurrentiebeding.