ECLI:NL:GHLEE:2012:BW5230
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen
De werkneemster was sinds 1995 parttime verkoopster bij een kledingwinkel en werd ontslagen vanwege de voorgenomen sluiting van haar vestiging. Het CWI verleende uiteindelijk toestemming voor ontslag na een eerste weigering. De werkneemster stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat de werkgever onvoldoende had gedaan om haar aan passend werk te helpen.
De kantonrechter wees haar vorderingen af, waarna zij hoger beroep instelde. Het hof bevestigde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, mede omdat de bedrijfseconomische noodzaak niet was bestreden. Het hof oordeelde dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht om de werkneemster te herplaatsen en te begeleiden naar ander werk, en dat de werkneemster zelf onvoldoende initiatieven had genomen.
Ook het leeftijdsargument en de duur van het dienstverband gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling. De werkneemster kreeg geen schadevergoeding toegekend. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werkneemster in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen tot erkenning van kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding af.