ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6184
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.C.D. Boon-Niks
- K.E. Mollema
- K.H.A. Heenk
- Rechtspraak.nl
Geen boeteclausule van toepassing op relatiebeding in vaststellingsovereenkomst na beëindiging arbeidsovereenkomst
Partijen waren een concurrentiebeding met boeteclausule overeengekomen in de arbeidsovereenkomst en algemene arbeidsvoorwaarden. Bij beëindiging van het dienstverband sloten zij een vaststellingsovereenkomst waarin het concurrentiebeding werd uitgesloten en een relatiebeding werd opgenomen zonder verwijzing naar een boeteclausule.
De werknemer werkte ondanks het relatiebeding toch voor een klant van de werkgever, waarna de werkgever een boete vorderde op grond van het boetebeding uit de algemene arbeidsvoorwaarden. De kantonrechter kende de boete toe, maar het hof stelde vast dat in de vaststellingsovereenkomst geen boetebeding was overeengekomen.
Het hof legde uit dat de uitleg van de vaststellingsovereenkomst mede afhangt van de redelijkheid en billijkheid en de verwachtingen van partijen. Omdat er geen duidelijke afspraken over een boeteclausule waren gemaakt en ook geen verwijzing naar de algemene arbeidsvoorwaarden, kon de werkgever geen beroep doen op de boeteclausule.
De werknemer had het relatiebeding geschonden, maar de boete daarvoor kon niet worden opgelegd. De zaak werd verwezen voor nadere onderbouwing van de hoogte van een eventueel ander te bepalen bedrag. De vorderingen van de werknemer tot schadevergoeding wegens onduidelijkheid werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het boetebeding niet van toepassing is op het relatiebeding in de vaststellingsovereenkomst, waardoor geen boete kan worden gevorderd ondanks schending van het relatiebeding.