ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7407
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. van Rijssen
- W. Breemhaar
- F.J. Streppel
- Rechtspraak.nl
Uitleg koopovereenkomst bij verkoop vervuilde grond en toepasselijke rente over boete
In deze zaak ging het om de uitleg van een koopovereenkomst voor vervuilde grond, waarbij de vraag speelde of de koper gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden wegens bodemverontreiniging en welke rente over de contractuele boete verschuldigd was.
De rechtbank had de koopovereenkomst ontbonden en de boete toegewezen wegens niet-nakoming door de koper. Het hof bevestigde dat de ontbindende voorwaarde, waarin was opgenomen dat ontbinding mogelijk is bij het aantreffen van 'zodanige vervuiling', niet betekent dat de grond volstrekt schoon moet zijn. De term 'zodanige' impliceert een kwalificatie van aanwezige vervuiling en sluit volledige afwezigheid van verontreiniging uit.
Verder oordeelde het hof dat de contractuele boete een zelfstandige verbintenis is en dat over de boete de wettelijke rente uit artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is, niet de hogere wettelijke handelsrente uit artikel 6:119a BW. Dit volgt uit het feit dat de boete niet in de plaats treedt van de hoofdverbintenis en dat de handelsrente primair bedoeld is ter bevordering van nakoming van de hoofdverplichting in handelsrelaties.
Het hof verwierp alle grieven van de koper en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De koper werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van de koper af; over de boete is de wettelijke rente uit artikel 6:119 BW verschuldigd.