ECLI:NL:GHSGR:2004:AO6341
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Koning
- Van Rijnberk
- Mos-Verstraten
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openlijk geweld met twee dodelijke slachtoffers na vrijspraak moord en doodslag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor moord en doodslag, maar na meerdere verwijzingen door de Hoge Raad en herhaalde berechtingen, oordeelt het hof dat het bewijs onvoldoende is om moord of doodslag aan te tonen. Wel is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deelnam aan openlijk geweld waarbij twee personen om het leven kwamen.
Tijdens een handgemeen in een dorpscafé ontstond een conflict tussen de verdachte en een ander, waarbij een pistool werd getrokken en een schot werd gelost. De verdachte was daarna betrokken bij een mesaanval op de man met het pistool, die overleed. Een ander slachtoffer, die niets met het conflict te maken had, kwam eveneens om het leven.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar het hof verwierp deze verweren wegens gebrek aan bewijs voor een onmiddellijke en noodzakelijke verdediging. De ernst van het openlijk geweld en de maatschappelijke impact daarvan leidde tot de oplegging van de maximale straf voor deelnemers van wie niet vaststaat dat zij zelf een ander hebben gedood.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar en acht maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd een straf van twee maanden toegevoegd voor openlijk geweld ter intimidatie bij een poging iemand te dwingen aangifte in te trekken.
Deze uitspraak illustreert de complexe bewijsvoering bij geweldsdelicten met meerdere betrokkenen en benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van noodweer en medeplichtigheid.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en doodslag, veroordeeld tot 4 jaar en 8 maanden gevangenisstraf voor openlijk geweld met twee doden.