ECLI:NL:GHSGR:2004:AU4443
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- De Brauw
- De Groot
- Boele
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod deelname Nederlandse Staat aan NAVO-luchtacties tegen Joegoslavië
Appellanten, voornamelijk personen van Joegoslavische afkomst, vorderden in kort geding dat de Nederlandse Staat werd verboden deel te nemen aan NAVO-luchtacties tegen de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ). Zij stelden dat deze acties in strijd waren met internationaal oorlogsrecht en mensenrechten en vorderden tevens immateriële schadevergoeding.
De president van de rechtbank wees de vorderingen af, stellende dat de aangevoerde internationale verdragsbepalingen niet als voor individuele personen verbindend konden worden beschouwd en dat schending van het recht op leven niet aannemelijk was gemaakt. Ook het beroep op de Wet Oorlogsstrafrecht faalde omdat deze wet alleen strafbaarstelling van natuurlijke personen betreft.
In hoger beroep bevestigde het hof deze oordelen en benadrukte de terughoudendheid die de burgerlijke rechter moet betrachten bij politieke en defensiebeleidsbeslissingen. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een spoedeisend belang vanwege het beëindigen van de NAVO-luchtacties het belang van appellanten had doen vervallen. De vorderingen werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellanten af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.