ECLI:NL:HR:2002:AE5164
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod op deelname aan oorlogsgeweld tegen Joegoslavië
Eisers, allen woonachtig in Servië, vorderden in kort geding dat de Staat zich zou onthouden van deelname aan oorlogsgeweld tegen de Federale Republiek Joegoslavië en dat de NAVO-bondgenoten hiervan op de hoogte zouden worden gesteld. Tevens vorderden zij een voorlopige schadevergoeding wegens immateriële schade door de dreiging van geweld.
De President van de Rechtbank wees de vordering af, wat door eisers werd bestreden in hoger beroep. Het Hof bekrachtigde het vonnis en oordeelde dat eisers onvoldoende persoonlijke omstandigheden hadden gesteld om een schadevergoeding toe te kennen en dat er geen spoedeisend belang was voor het verbod op deelname aan oorlogsgeweld.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het beleid op het gebied van buitenlandse politiek en defensie politieke afwegingen betreft waar de burgerlijke rechter terughoudend in moet zijn. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de stelplicht van eisers omtrent hun persoonlijke omstandigheden onvoldoende was en dat de internationaalrechtelijke normen waarop zij zich beroepen niet tot toewijzing konden leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bekrachtigt het arrest dat de vorderingen van eisers afwijst wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende persoonlijke omstandigheden.