ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4361
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Wild
- Schuering
- Husson
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs arbeidsovereenkomst tussen instructrice en ANWB
In deze zaak stond centraal of er een arbeidsovereenkomst bestond tussen de instructrice en ANWB. Na een eerder arrest waarin de instructrice werd toegelaten bewijs te leveren, werden vier getuigen gehoord. De verklaringen van deze getuigen wezen uit dat er geen verplichting tot het verrichten van arbeid bestond en dat afspraken flexibel waren, wat niet past bij een arbeidsovereenkomst.
De instructrice kon ondanks de getuigenverklaringen niet aantonen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Ook het standpunt van UWV GAK dat aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan, veranderde hier niets aan. Het hof concludeerde dat ANWB het bewijs had geleverd dat er geen arbeidsovereenkomst was en dat de instructrice dit bewijs niet had kunnen weerleggen.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank van 22 januari 2002 bekrachtigd. Tevens werd de instructrice veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 18 maart 2005 door het hof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen arbeidsovereenkomst bestond tussen instructrice en ANWB.