ECLI:NL:HR:2006:AX9396
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst tussen instructrice en ANWB niet vastgesteld
De zaak betreft een geschil tussen een instructrice en ANWB over de vraag of er sprake was van een arbeidsovereenkomst. De instructrice vorderde onder meer loonbetaling en opname in de pensioenregeling vanaf een bepaald tijdstip. De kantonrechter wees de vordering af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Vervolgens stelde de instructrice beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen. De klachten in het cassatieberoep konden niet leiden tot cassatie en er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken dat er geen arbeidsovereenkomst bestond tussen de instructrice en ANWB.
De Hoge Raad veroordeelde de instructrice in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat er geen arbeidsovereenkomst bestond tussen de instructrice en ANWB.