ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4796
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schuurman
- Vierhout
- Braun
- Rechtspraak.nl
Gebruik van onroerende zaak in aanbouw voor WOZ-waardering en OZB-heffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, betwistte de WOZ-waarde en het gebruik van een kantoorgebouw in aanbouw aan de a-straat 1 te Den Haag per 1 januari 2002. De Inspecteur had de waarde vastgesteld en aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd. Belanghebbende stelde dat het gebouw nog niet in gebruik was omdat het in aanbouw was en dat het begrip 'gebruik' niet zo ruim moest worden geïnterpreteerd.
Tijdens de procedure verenigde belanghebbende zich met de vastgestelde waarde, waardoor het geschil over de WOZ-waarde kwam te vervallen. Het hof ging vervolgens in op de vraag of het gebouw feitelijk werd gebruikt. Op basis van de feiten, waaronder dat de bouw voor 60% gereed was en het gebouw werd ontwikkeld om verhuurd te worden, oordeelde het hof dat belanghebbende het gebouw wel degelijk gebruikte. Dit gebruik was niet slechts ter beschikking stellen, maar feitelijk gebruik in de zin van artikel 220 van Pro de Gemeentewet.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie en de parlementaire geschiedenis van de Gemeentewet, waaruit bleek dat het begrip 'gebruik' niet beperkt is tot gereedstaande gebouwen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak bevestigt dat een onroerende zaak in aanbouw onder omstandigheden als gebruikt kan worden aangemerkt voor belastingdoeleinden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen onroerendezaakbelasting worden gehandhaafd.