ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9417
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- M.E. Stoker-Klein
- J. In 't Velt-Meijer
- J. Stille
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende onpartijdigheidsschending
In deze zaak diende het wrakingsverzoek van verdachte tegen de voorzitter en oudste raadsheer van de strafkamer, wegens een e-mail van de advocaat-generaal die suggereerde een raadsheer met fiscale kennis toe te voegen aan de kamer. Verdachte vreesde hierdoor schijn van partijdigheid en ongeoorloofde communicatie tussen het Openbaar Ministerie en de rechters.
De wrakingskamer onderzocht de samenstelling van de strafkamer in twee fasen: een eerste fase in 2003 met een andere samenstelling en een tweede fase in 2004 waarbij de huidige raadsheren zitting namen. Uit verklaringen van de betrokken rechters bleek dat de e-mail geen rol heeft gespeeld bij de samenstelling in 2004, die plaatsvond op basis van interne overleggen en kennis van fiscale zaken.
De wrakingskamer concludeerde dat een raadsheer uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig moet worden vermoed en dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat. Ook de vermeende inhoudelijke communicatie tussen het Openbaar Ministerie en de rechters was bekend bij de verdediging en kon ter zitting worden besproken.
Daarom wees het hof het wrakingsverzoek af en bevestigde de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de betrokken raadsheren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren Van den Berg en Van Rijnberk wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve vrees voor partijdigheid.