ECLI:NL:PHR:2006:AY8984
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belastingfraude bij transfersom en tekengeldconstructie
In deze zaak stond centraal of medeverdachte en haar bestuurder zich schuldig hadden gemaakt aan belastingfraude en valsheid in geschrift door het niet afdragen van loonbelasting over een vermeende tekengeldbetaling aan een speler bij een voetbaltransfer. Het hof oordeelde dat de betaling aan de speler niet overtuigend als verkapt tekengeld kon worden aangemerkt, maar gegrond kon zijn op een contractuele clausule tussen de speler en diens oude club die een bonus bij een hoge transfersom voorzag.
De verdediging stelde dat medeverdachte alleen de transfersom aan de oude club had betaald en dat de speler zijn bonus rechtstreeks van die club ontving. Het hof vond deze uitleg niet onwaarschijnlijk en achtte het bewijs onvoldoende om het tegendeel vast te stellen. De constructie van de feiten liet meerdere interpretaties toe, en het hof koos voor de uitleg die niet leidde tot belastingfraude.
Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie werd verworpen omdat de feitenrechter in cassatie slechts beperkt kan toetsen aan onbegrijpelijkheid en niet aan de feitelijke waardering van het bewijs. Ook de incidentele cassatieberoepen van medeverdachte en bestuurder werden niet ontvankelijk verklaard. Verder werden bezwaren tegen de rechtmatigheid van het onderzoek en de ontvankelijkheid van het OM verworpen.
De uitspraak bevestigt het belang van de beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij bewijswaardering en de strenge voorwaarden waaronder cassatie tot vernietiging kan leiden. Tevens wordt bevestigd dat het niet aannemelijk maken van onrechtmatigheid in het opsporingsproces niet snel leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
Uitkomst: Vrijspraak van belastingfraude en valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs van tekengeldbetaling.