ECLI:NL:GHSGR:2005:AU2178
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Reinking
- Van Strien
- Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na handel in lijst II-middelen
De zaak betreft een ontnemingsprocedure tegen de veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en handel in lijst II-middelen. Na vernietiging van een eerdere beslissing door de Hoge Raad, heeft het gerechtshof de zaak opnieuw beoordeeld.
Het hof heeft de methode van vermogensvergelijking gehanteerd om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen, waarbij het beginvermogen werd vastgesteld op 2,1 miljoen gulden en het eindvermogen op basis van diverse activa, waaronder een onderneming en uitgaven aan een raceteam, werd berekend. De totale berekening resulteerde in een voordeel van circa 23,4 miljoen euro.
De verzoeken van de verdediging om diverse getuigen te horen werden afgewezen omdat deze reeds eerder waren gehoord en onvoldoende onderbouwd waren voor het doel van de voordeelberekening. Het draagkrachtverweer van de veroordeelde werd verworpen.
Het hof heeft het ontnemingsbedrag vastgesteld op 22,5 miljoen euro, rekening houdend met de lange duur van de procedure. De veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de staat te betalen, bij gebreke waarvan hechtenis kan worden opgelegd.
Uitkomst: De veroordeelde wordt verplicht tot betaling van € 22.500.000 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.