ECLI:NL:GHSGR:2005:AU5750
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- A.E. Mos-Verstraten
- A.V. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voorzitter voetbalclub wegens onvoldoende bewijs belastingfraude en valsheid in geschrift
In deze strafzaak stond de voorzitter van een Rotterdamse voetbalclub terecht wegens belastingfraude en valsheid in geschrift in verband met een complexe transferconstructie van een Australische voetballer. De rechtbank sprak de verdachte in eerste aanleg vrij, waarna het openbaar ministerie hoger beroep instelde. Het hof behandelde diverse preliminaire verweren over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de rechtmatigheid van het proces, waaronder de schending van het inzagerecht, onrechtmatige afspraken met een kroongetuige en overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was in het hoger beroep en in de vervolging, ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, omdat het belang van de gemeenschap bij strafvervolging zwaarder woog dan het belang van de verdachte. De verdediging voerde aan dat sprake was van misbruik van recht en schendingen van procesrechten, maar het hof vond deze niet aannemelijk. Het hof verwierp ook het wrakingsverzoek.
Feitelijk draaide de zaak om de vraag of de verdachte opzettelijk belastingfraude had gepleegd door het verbergen van tekengeld in de transfersom. Het hof stelde vast dat het bewijs onvoldoende was om dit aan te nemen. De constructie van de transfer en de betalingen kon ook worden verklaard uit contractuele verplichtingen tussen de speler en zijn oude club. Daarom vernietigde het hof het vonnis van het gerechtshof en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken van belastingfraude en valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs.