ECLI:NL:GHSGR:2005:AU6181
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Boven
- Aler
- Le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken reële dreiging bij strafbare voorbereiding aanslag
De verdachte werd beschuldigd van strafbare voorbereiding van een aanslag met een geïmproviseerde explosieve constructie en betrokkenheid bij een gewapende overval. Het hof onderzocht de voorwerpen, stoffen en informatiedragers die bij de verdachte waren aangetroffen, waaronder een eivormig flesje met kunstmest, elektrische circuits, wapens en plattegronden van overheidsgebouwen.
Uit het forensisch onderzoek bleek dat de constructie die de verdachte probeerde te maken fundamenteel niet zou kunnen werken vanwege een verkeerde lading en ontsteker. De verdachte stond nog in een pril stadium van voorbereiding en was onbeholpen in zijn pogingen. Daarnaast was er geen bewijs voor betrokkenheid bij de overval, ondanks dat hij het rolluik had geopend.
Hoewel het hof geen twijfel had over de terroristische intenties van de verdachte en zijn betrokkenheid bij werving voor jihadistische doeleinden, oordeelde het dat de materiële middelen onvoldoende waren om van een reële dreiging te spreken. Het hof benadrukte dat strafbare voorbereiding niet mag leiden tot straf voor louter gedachten en intenties.
Daarom sprak het hof de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten betreffende strafbare voorbereiding en veroordeelde hem niet. Tevens wees het hof de gevangennemingsvordering af en gelastte de teruggave van niet aan het verkeer onttrokken voorwerpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van reële dreiging bij strafbare voorbereiding van aanslag.