ECLI:NL:GHSGR:2006:AY7014
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- A.H. de Wild
- A.V. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvang verbeuringstermijn dwangsommen bij intrekking beschikking
De zaak betreft een hoger beroep in een kort geding over de verbeuring van dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van een zelfstandig prostituee in Nederland.
De voorzieningenrechter had de Staat veroordeeld tot betaling van dwangsommen vanaf vier weken na betekening van het vonnis van 29 januari 2004. De Staat had binnen die termijn op het bezwaar beslist, maar trok die beschikking op 12 juli 2004 in. Het hof oordeelt dat de intrekking van het besluit betekent dat de verplichting tot beslissen opnieuw is ontstaan en dat de verbeuringstermijn vanaf dat moment opnieuw aanvangt.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het beslag werd beperkt tot € 47.500,- en bepaalt dat de Staat dwangsommen heeft verbeurd over de periode van 12 juli 2004 tot 24 september 2004, een bedrag van € 18.500,-. Het hof wijst het meer of anders gevorderde af en veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep.
De procedure kende ook een incidenteel appel van [geïntimeerde] tegen de zekerheidstelling, maar dit beroep wordt verworpen omdat het beslag inmiddels is opgeheven zonder zekerheid te stellen. De proceskostenveroordeling van eerste aanleg blijft in stand.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor dwangsommen over de periode vanaf intrekking van het besluit op 12 juli 2004 tot 24 september 2004, een bedrag van € 18.500,-.