ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6514
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats minderjarige
In deze zaak staat het verzoek van de vader centraal om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind te verkrijgen en de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen. De rechtbank had het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en het hof bevestigt dit oordeel. De vader is ontvankelijk in zijn verzoek tot gezamenlijk gezag, maar het verzoek tot hoofdverblijfplaats bij hem wordt als niet-ontvankelijk verklaard omdat de wet dit niet toestaat onder de gegeven omstandigheden.
Het geschil draait om de belangen van het kind en de ouders, waarbij het kind uit huis geplaatst is wegens mishandeling door de vader en momenteel verblijft in een orthopedagogisch centrum. Zowel Jeugdzorg als de Raad voor de Kinderbescherming hebben hun zorgen geuit over de slechte communicatie tussen ouders en de angst van het kind voor de vader. De moeder voert aan dat gezamenlijk gezag onaanvaardbare risico's met zich meebrengt voor het kind.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind en de moeder prevaleert boven het belang van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen. De slechte verstandhouding en het risico dat het kind klem komt te zitten, maken gezamenlijk gezag onwenselijk. Het verzoek tot hoofdverblijfplaats bij de vader wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag af en verklaart het verzoek tot hoofdverblijfplaats bij hem niet-ontvankelijk.