ECLI:NL:GHSGR:2007:BB4858
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Inspecteur en rechtsbescherming bij onderzoek op grond van Wet internationale bijstandsverlening bij heffing belastingen
Belanghebbende, een trustkantoor, werd door de Inspecteur geïnformeerd over een onderzoek naar haar administratie op grond van een verzoek om internationale bijstand in belastingzaken. De Inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende tegen dit besluit niet-ontvankelijk, stellende dat het geen bezwaar vatbare beschikking betrof. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank en vervolgens bij het Gerechtshof.
Het Hof oordeelde dat het besluit van 8 augustus 2006 een bestuursrechtelijk besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit besluit is genomen op grond van artikel 8 van Pro de Wet internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) en niet op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Hierdoor is bezwaar en beroep mogelijk bij de bestuursrechter en niet bij de belastingrechter.
Verder stelde het Hof dat de Inspecteur bevoegd is om namens de Staatssecretaris van Financiën het onderzoek in te stellen en uitspraak op bezwaar te doen. De Inspecteur mocht echter niet het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren, omdat het besluit niet onder de Awr valt. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, wees de zaak terug naar de Inspecteur voor een nieuwe uitspraak op bezwaar en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Het Hof veroordeelde de Inspecteur tevens in de proceskosten en bepaalde dat het gestorte griffierecht aan belanghebbende moet worden vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte rechtsbescherming en bevoegdheidsafbakening bij internationale fiscale onderzoeken.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere uitspraken, verklaart het hoger beroep gegrond, wijst de zaak terug naar de Inspecteur voor nieuwe uitspraak op bezwaar en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.