ECLI:NL:PHR:2008:BC6455
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter bij onderzoek op grond van Wet internationale bijstandsverlening bij belastingheffing
In deze zaak staat centraal of de aankondiging van een onderzoek door de Inspecteur op grond van artikel 8 van Pro de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) kwalificeert als een besluit ingevolge de belastingwet, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn bij de belastingrechter.
Belanghebbende, een trustkantoor, maakte bezwaar tegen een brief van de Inspecteur waarin een onderzoek werd aangekondigd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen voor bezwaar vatbare beschikking betrof. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar het hof vernietigde de uitspraak en oordeelde dat bezwaar en beroep wel openstonden. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad concludeert dat de WIB geen belastingwet is in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en dat het onderzoek op grond van artikel 8 WIB Pro niet is ingesteld krachtens de belastingwet. Hierdoor is het besluit van de Inspecteur geen besluit ingevolge de belastingwet en is hoofdstuk V van de AWR niet van toepassing. De zaak betreft geen belastingzaak en de algemene bestuursrechter is bevoegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak door naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak door naar de bestuursrechter omdat de aankondiging van het onderzoek geen besluit ingevolge de belastingwet is.