ECLI:NL:GHSGR:2007:BB4930
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. van der Ven
- A.H. de Wild
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring bij schadevergoeding asbestose en mesothelioom
Deze zaak betreft een hoger beroep van de erven van een overledene die als constructiewerker bij Koninklijke Schelde Groep B.V. werkte en later overleed aan mesothelioom, een ziekte veroorzaakt door inademing van asbeststof. De erven vorderen schadevergoeding wegens blootstelling aan asbest, maar De Schelde beroept zich op de 30-jarige verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 2 BW Pro.
Het hof overweegt dat de verjaring in beginsel kan worden doorbroken in uitzonderlijke gevallen op grond van redelijkheid en billijkheid, waarbij verschillende gezichtspunten moeten worden meegewogen, zoals de aard van de schade, de mate van verwijtbaarheid, en het tijdsverloop sinds het dienstverband.
De rechtbank had de vordering afgewezen en het hof onderschrijft deze beslissing. Het hof acht het tijdsverloop van ruim 32 jaar sinds het einde van het dienstverband zwaarwegend, waardoor het bewijs voor de erven bemoeilijkt is en De Schelde zich moeilijk kan verdedigen. Hoewel De Schelde een verwijt kan worden gemaakt, is dit niet ernstig genoeg om de verjaring te doorbreken. De vordering wordt daarom afgewezen en de kosten van het hoger beroep worden aan de erven opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van de erven af wegens verjaring.