ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6934
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bank onrechtmatig verrijkt door verrekening opbrengst van onbevoegd verkochte verpande opleggers
In deze zaak heeft de pandhouder (appellante) een lening verstrekt aan Landtrans, die tevens werd gefinancierd door de bank. Landtrans verpandde haar inventaris en vorderingen aan de bank, maar deed afstand van het pandrecht op zes opleggers ten behoeve van appellante. Landtrans verkocht de opleggers echter zonder toestemming aan Lodi, waardoor het pandrecht van appellante verviel. Lodi betaalde de koopprijs op de rekening van Landtrans bij de bank, die deze betalingen verrekende met haar vordering op Landtrans.
Appellante vorderde van de bank betaling van de verkoopopbrengst, stellende dat de bank onrechtmatig handelde door deze verrekeningen. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat de bank bij de derde verrekening op 7 augustus 2002 op de hoogte was van de wanprestatie en het misdrijf van onbevoegde verkoop, en dat zij desondanks zonder onderzoek verrekening toepaste.
Deze handelwijze viel onder de delictsomschrijving van artikel 417bis Sr en was onrechtmatig jegens appellante. De bank was daardoor ongerechtvaardigd verrijkt. De vorderingen op basis van contractuele grondslagen en redelijkheid en billijkheid faalden, evenals de stelling dat de bank niet bevoegd was tot verrekening. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de bank tot betaling van € 19.040,- met rente aan appellante, zijnde het bedrag van de derde verrekening.
Uitkomst: Bank wordt veroordeeld tot betaling van € 19.040,- aan pandhouder wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking.