ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0022
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak inlenersaansprakelijkheid en RSI-arbeidsongeschiktheid CAD-tekenaar
In deze civiele zaak is [Partij A], voormalig CAD-tekenaar werkzaam via Cadmission bij ABB, in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van zijn vordering tot schadevergoeding wegens arbeidsongeschiktheid door RSI-klachten. De vordering was aanvankelijk gebaseerd op artikel 7:658 lid 4 BW Pro, maar het hof oordeelt dat deze bepaling niet van toepassing is op de feiten die zich voordeden vóór de inwerkingtreding ervan in 1999, en dat de grondslag moet liggen in artikel 6:162 BW Pro (onrechtmatige daad).
Het geschil spitst zich toe op de vraag of ABB aansprakelijk is voor de door [Partij A] geleden schade als gevolg van zijn werkzaamheden als CAD-tekenaar, waarbij sprake is van aanhoudende klachten aan armen, nek en schouder sinds 1998. Het hof bespreekt uitgebreid de stelplicht en bewijslastverdeling, verwijzend naar relevante jurisprudentie, waaronder arresten van de Hoge Raad over omkering van de bewijslast bij beroepsziekten.
Gezien de complexiteit en onduidelijkheid over het causaal verband tussen de klachten en het werk, en de medische voorgeschiedenis inclusief een auto-ongeval, besluit het hof deskundigen te benoemen. Zowel medisch specialisten als arbeidsdeskundigen worden gevraagd om uitgebreid onderzoek te verrichten en rapportages uit te brengen over de aard van de werkzaamheden, de klachten, het causaal verband en de beperkingen van [Partij A]. Het hof wijst ook op de noodzaak van coördinatie tussen deskundigen en partijen om vertraging te voorkomen.
De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor verdere processtukken. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 12 oktober 2007.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en gelast nader deskundigenonderzoek, waarna de zaak wordt aangehouden.