ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8952
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging distributieovereenkomst en redelijkheid opzegtermijn
Partijen sloten in 1997 een distributieovereenkomst waarbij [appellante] de exclusieve distributie van AGA-producten in Nederland verzorgde. AGA zegde de overeenkomst op, wat leidde tot een geschil over de geldigheid en redelijkheid van de opzegging en de opzegtermijn.
De rechtbank oordeelde dat AGA de overeenkomst rechtsgeldig had opgezegd en wees de schadevergoeding van [appellante] af. Het hof stelde vast dat AGA onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat [appellante] begreep dat de overeenkomst onvoorwaardelijk was opgezegd vóór de brief van 26 mei 2000. De brief van 26 mei 2000 bevatte wel een opzegging, maar met een onredelijk korte termijn van iets meer dan een maand.
Gezien het belang van AGA bij beëindiging van de versnippering van het distributiesysteem, de duur van de overeenkomst en de afhankelijkheid van [appellante], acht het hof een opzegtermijn van zes maanden redelijk. De onredelijke korte opzegtermijn werd geconverteerd naar zes maanden, waardoor de overeenkomst eindigde per 1 december 2000. De vordering van AGA tot betaling van openstaande facturen werd toegewezen, terwijl de schadevergoeding van [appellante] werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De opzegging van de distributieovereenkomst door AGA is niet regelmatig met een redelijke termijn geschied, maar de onredelijke termijn wordt geconverteerd naar zes maanden, waardoor de overeenkomst eindigt per 1 december 2000.