Conclusie
1.Feiten
19. TERM AND TERMINATION
2.Procesverloop
Vulcan Silkeborgvan het Hof van Justitie [4] :
City Motors Groep NVen
Citroën Belux NV, [6] waarin volgens [verweerster] de eis is gesteld dat de mate van motivering van een opzegging onder Vo. 1400/2002 zodanig moet zijn dat een nationale rechter effectief de gegrondheid daarvan moet kunnen toetsen. Volgens [verweerster] brengt een volle toets mee dat de rechter beoordeelt of de keuzes die ten grondslag zijn gelegd aan de opzegging de enig juiste keuzes zijn; zijn er andere opties die niet de beoogde reorganisatie teweegbrengen maar wel een oplossing bieden voor de bestaande problemen, dan is er de facto geen sprake van een noodzaak tot reorganisatie. DAF heeft zich op het standpunt gesteld dat een marginale toets volstaat: de door haar gemaakte keuzes moeten navolgbaar zijn.
City Motors Groep NV/Citroën Belux NVwaarin het Hof van Justitie op die motiveringsplicht is ingegaan, volgt dat de motivering van een opzegging onder Vo. 1400/2002 zodanig moet zijn dat een nationale rechter effectief kan toetsen of wordt opgezegd wegens gedragingen die uit hoofde van deze verordening niet mogen worden beperkt. Uit het arrest kan niet kan worden afgeleid dat de nationale rechter daarbij vol moet toetsen (rov. 5.11.4.).
Vulcan Silkeborg-arrest van het Hof van Justitie [9] van belang is bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de eerste opzegging:
based on strategic considerations’ van belang achtte om buiten de EU ook in Turkije een
'fully owned DAF subsidiary’op te zetten, onder ‘
the explicit assumption that [verweerster] remains an important and valuable part of the DAF distribution network in Turkey’. Zonder nadere concrete onderbouwing, die ontbreekt, is niet in te zien waarom die structuurwijziging in 2013 noodzakelijk en met spoed binnen een jaar moest plaatsvinden. Dat [verweerster] is aangespoord om een ruimer scala aan producten aan te bieden op de Turkse markt en dat niet wilde of niet doeltreffend bleek te kunnen organiseren met een onvoldoende dichtheid van haar dealernetwerk, is door [verweerster] gemotiveerd weersproken en is het hof uit wat Daf heeft aangevoerd niet gebleken. De enkele stelling (door [verweerster] weersproken) dat [verweerster] niet geneigd was – voor wat betreft de verkoop van trucks – vol de concurrentie met andere truckmerken aan te gaan, rechtvaardigt die conclusie niet. De stelling dat het weinig realistisch zou zijn geweest om [verweerster] daartoe te dwingen nu [verweerster] altijd klaagde over de door Daf gehanteerde te hoge prijzen, is daarvoor ook onvoldoende. Daar komt bij dat de overeenkomst voorzag in een reguliere opzegging tegen een termijn van twee jaar. Had Daf die termijn gebruikt, dan had zij nog voor 1 januari 2016 haar eigen marketingorganisatie vorm kunnen geven. Dat zij er om haar moverende redenen voor heeft gekozen dat niet te doen vanaf de tweede helft van 2012, maakt niet dat er een jaar later sprake is van een noodzaak als bedoeld in artikel 19 lid Pro 2 [bedoeld zal zijn: artikel 19.2, A-G] van de overeenkomst.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Vulcan Silkeborg-arrest van het Hof van Justitie, niet slechts sprake is bij een verslechtering van de
status quodie tot een reorganisatie noopt en (b) voor de vraag of sprake is van de noodzaak tot reorganisatie niet van belang is dat DAF eerder had kunnen opzeggen met inachtneming van de (reguliere) opzegtermijn van twee jaar;
Vulcan Silkeborg-arrest van het Hof van Justitie, nu partijen in dit geding het erover eens zijn dat deze Verordening en dit arrest bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de eerste opzegging centraal staan. [12]
nodigis het
gehele of een groot deel van het netwerk te reorganiseren.” (onderstrepingen van mij, A-G)
Om te verhinderen dat een leverancier een overeenkomst opzegt omdat een distributeur of een hersteller zich concurrentiebevorderend gedraagt– zoals de actieve of passieve verkoop aan buitenlandse gebruikers, de verkoop van meer merken of de uitbesteding van herstellings-en onderhoudsdiensten –, moet
in elke opzegging duidelijk schriftelijk melding worden gemaakt van de redenen, die objectief en doorzichtig moeten zijn.Teneinde de onafhankelijkheid van distributeurs en herstellers ten opzichte van hun leveranciers te bevorderen, dient voorts te worden voorzien in minimumopzeggingstermijnen voor de niet-verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur en voor de beëindiging van overeenkomsten van onbepaalde duur.” [18] (onderstrepingen van mij, A-G)
noodzaak van een reorganisatie van het volledige distributienet of van een wezenlijk deel daarvan,
Vulcan Silkeborgvan het Hof van Justitie – dat betrekking heeft op een reorganisatieopzegging op grond van art. 5 lid 3 Vo Pro. 1475/95 – ook van belang is voor opzegging op de voet van art. 3 lid Pro 5, sub b onder (ii), Vo. 1400/2002 (de bepaling die uiteindelijk ten grondslag ligt aan artikel 19.2 van de importeursovereenkomst). [21]
Vulcan Silkeborg-arrest [22] heeft het Hof van Justitie in het kader van een prejudiciële procedure als volgt overwogen:
een afwijkende regel instelt die als zodanig strikt dient te worden uitgelegd.
aan de hand van het geheel van concrete elementen van het hun voorgelegde geschil, en met name de specifieke organisatie van het net van de betrokken leverancier, of er objectief gezien sprake is van een dergelijke reorganisatie van dit net.
Deze stelling die, wat de Commissie betreft, verschilt van die welke zij heeft voorgesteld in haar antwoord op vraag 68 van de verklarende brochure bij verordening nr. 1400/2002, kan niet worden aanvaard.
het noch aan de nationale rechterlijke instanties, noch aan de scheidsrechterlijke instanties staat om de economische en commerciële motieven van een leverancier die beslist om zijn distributienet te reorganiseren, in twijfel te trekken.
de noodzaak van een dergelijke reorganisatie niet ter discretionaire beoordeling van de leverancier staat, omdat anders de dealers elke daadwerkelijke rechterlijke bescherming op dit punt wordt ontnomen,aangezien het volgens artikel 5, lid 3, eerste alinea, eerste streepje, van verordening nr. 1475/95 juist deze noodzaak is die de leverancier de mogelijkheid biedt om met behoud van de krachtens artikel 81, lid 3, EG bij deze verordening verleende groepsvrijstelling een overeenkomst op te zeggen zonder de gewone tweejaarlijkse opzegtermijn van lid 2, punt 2, van het genoemde artikel 5 te Pro moeten naleven.
als op het feit dat dit een afwijkende bepaling is, moet de noodzaak van een reorganisatie voor de uitoefening van het opzeggingsrecht met een opzegtermijn van minstens een jaar bijgevolg op geloofwaardige wijze kunnen worden gerechtvaardigd door motieven inzake economische efficiëntie die zijn gebaseerd op objectieve omstandigheden binnen of buiten de onderneming van de leverancier die, wanneer het distributienet niet snel wordt gereorganiseerd, zouden kunnen afdoen aan de doeltreffendheid van de bestaande structuren van dit net, rekening houdend met het door concurrentie gekenmerkt klimaat waarin deze leverancier actief is.
aan de hand van het geheel van concrete elementen van het hun voorgelegde geschil, de objectieve noodzaak van een dergelijke reorganisatie te beoordelen.
striktmoet worden geïnterpreteerd (punten 27 en 37);
het geheel van concrete elementen in het hem voorgelegde geschilbeoordelen of – objectief gezien – aan de voorwaarden voor opzegging tegen een verkorte termijn is voldaan (punten 39 en 40 en het dictum);
bewijzendat aan de voorwaarden voor opzegging tegen een verkorte termijn
isvoldaan (punt 42 en het dictum).
Vulcan Silkeborg-arrest)).
Vulcan Silkeborg-arrest ziet op Vo. 1475/95, ligt het voor de hand het hiervoor geciteerde en besproken oordeel van het Hof van Justitie over de rechterlijke toetsing door te trekken naar Vo. 1400/2002. [23] Beide verordeningen hebben immers, juist waar het de materiële vereisten voor een opzegging tegen een verkorte termijn betreft, een zelfde opzeggingsregeling. In Vo. 1400/2002 is daar nog een motiveringsvereiste aan toegevoegd (randnummers 3.9 en 3.10). Dat de intensiteit van de rechterlijke toetsing van de noodzaak tot reorganisatie in Vo. 1400/2002 zou verschillen van die in Vo. 1475/95, valt daarom niet in te zien.
nietenkel de vraag voor ligt of de motieven voor de keuzes geloofwaardig en navolgbaar zijn.
nietenkel de vraag voor ligt of de motieven voor de keuzes geloofwaardig en navolgbaar zijn.
Vulcan Silkeborg-arrest volgt dat de noodzaak tot reorganisatie niet marginaal moet worden getoetst (hiervoor randnummers 3.14-3.18). [24]
Vulcan Silkeborg-arrest worden afgeleid dat de rechterlijke beoordeling van de noodzaak tot reorganisatie geen marginale toetsing betreft (randnummers 3.14-3.18). Daarmee faalt de rechtsklacht in randnummer 1.3. reeds. Ten aanzien van de motiveringsklacht geldt in het licht van het voorgaande dat het hof niet was gehouden om op grief 5 in te gaan, gelet op het slagen van grief 6 waarin het hof een bezwaar van [verweerster] tegen de marginale toetsing door de rechtbank heeft gelezen (en mocht lezen). Nu het hof niet gehouden was om op grief 5 in te gaan, was het hof ook niet gehouden om te responderen op de weerspreking van grief 5 door DAF.
Vulcan Silkenborg-arrest van het Hof van Justitie centraal.
slechtssprake zijn indien zonder spoedige reorganisatie aan de doeltreffendheid van de bestaande structuren van het net zou kunnen worden afgedaan. DAF meent dat die rechtsopvatting onjuist is, omdat de noodzaak tot reorganisatie niet alleen bestaat wanneer een verslechtering van de
status quowordt verwacht en de reorganisatie dat moet keren, maar ook wanneer de leverancier zijn beleid richt op een verbetering van de
status quoen daarvoor een reorganisatie nodig is.
slechtssprake zijn indien zonder spoedige reorganisatie aan de doeltreffendheid van de bestaande structuren van het net zou kunnen worden afgedaan. DAF meent dat die rechtsopvatting onjuist is, omdat de noodzaak tot reorganisatie niet alleen bestaat wanneer een verslechtering van de
status quowordt verwacht en de reorganisatie dat moet keren, maar ook wanneer de leverancier zijn beleid richt op een verbetering van de
status quoen daarvoor een reorganisatie nodig is.
status quote verwachten is.
status quoen heeft zijn oordeel dat van noodzaak tot reorganisatie niet is gebleken ook niet gebaseerd op het gegeven dat van een mogelijke verslechtering van de
status quogeen sprake was.
Vulcan Silkeborg-arrest. Uit de maatstaf die het Hof van Justitie in dat arrest heeft ontwikkeld, volgt niet dat uitsluitend een mogelijke verslechtering van de
status quoeen noodzaak tot reorganisatie oplevert
.Daarbij sluit aan het (hiervoor in randnummers 3.55-3.57 genoemde) uitgangspunt dat er verschillende (objectieve) redenen zijn die een reorganisatie noodzakelijk kunnen maken (om welke reden in Vo. 1400/2002 dan ook geen limitatieve opsomming zou zijn gegeven van de gronden die een reorganisatie noodzakelijk kunnen maken).
gaan gedragen in de overtuiging dat haar eerste opzegging rechtsgeldig was” is dat oordeel onjuist en/of onbegrijpelijk (randnummer 4.2.);
met voldoende precisiedient vast te stellen;
mogelijkheid van schadeaannemelijk is. [57]
mogelijkheid van schadevoldoende aannemelijk heeft geacht.
acties van Daf”. Voldoende duidelijk is dat die acties zien op het feit dat DAF vanaf augustus 2014 de overname van de markt in Turkije per 1 december 2014 is gaan voorbereiden. DAF is zich in 2014, ten onrechte, gaan gedragen in de overtuiging dat haar eerste opzegging rechtsgeldig was. DAF zat fout met haar eerste opzegging (rov. 3.33.) en had niet al vanaf augustus 2014 zelf de Turkse markt mogen betreden, maar dat heeft zij wel gedaan. Om die reden is DAF dan vergoedingsplichtig, voor zover althans in de schadestaatprocedure wordt vastgesteld dat [verweerster] , die haar op schadevergoeding gerichte vorderingen op toerekenbaar tekortschieten door DAF heeft gebaseerd (hiervoor randnummer 2.2), daardoor daadwerkelijk schade heeft geleden.
gaan gedragen in de overtuiging dat haar eerste opzegging rechtsgeldig was” niet onjuist en/of onbegrijpelijk.