ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1243
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Eneco voor waterschade door defecte leiding en toepassing exoneratieclausule
In deze zaak vorderen Vendorisk c.s. namens V& D schadevergoeding van Eneco wegens waterschade veroorzaakt door een defecte kunststof pakking in een leiding van de stadsverwarming. De schade ontstond op 2 oktober 2002 in het warenhuis van V& D te Rotterdam. Vendorisk c.s. baseren hun vordering op onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro) en subrogatie.
De rechtbank oordeelde dat Eneco aansprakelijk was, maar beperkte de vergoeding vanwege de exoneratieclausule in de algemene voorwaarden van Eneco. Eneco kwam in hoger beroep en betwistte aansprakelijkheid en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Het hof concludeert dat de algemene voorwaarden van Eneco van toepassing zijn op de overeenkomst en ook op de buitencontractuele aansprakelijkheid, inclusief onrechtmatige daad.
Het hof past de Haviltex-norm toe en oordeelt dat de exoneratieclausule ook schade aan bedrijfspanden omvat. De stelling van Vendorisk c.s. dat de exoneratieclausule onredelijk is, wordt verworpen omdat er geen sprake is van opzet of grove schuld van Eneco en V& D een grote rechtspersoon is met verzekering. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van Vendorisk c.s. volledig af. Vendorisk c.s. worden veroordeeld tot terugbetaling van de reeds ontvangen bedragen en in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Vendorisk c.s. worden afgewezen wegens toepassing van de exoneratieclausule in de algemene voorwaarden van Eneco.