ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1892
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Otto Sanders
- Van Walderveen
- Beelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen accijns tabak wegens fictieve uitslag en niet aangekomen goederen
Belanghebbende, een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, voerde in hoger beroep aan dat de naheffingsaanslagen accijns tabak onterecht waren opgelegd. De sigaretten zouden onder schorsing van accijns naar het Verenigd Koninkrijk worden vervoerd en van daaruit naar derde landen, maar zijn niet op de bestemming aangekomen.
De Inspecteur legde 23 naheffingsaanslagen op wegens fictieve uitslag, omdat de goederen niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen. Belanghebbende stelde primair dat de wet geen grond biedt voor naheffing bij fictieve uitslag en subsidiair dat geen accijnsverplichting is ontstaan omdat de goederen niet voor binnenlands verbruik waren bestemd. Ook voerde zij aan dat de overtreding in Groot-Brittannië had plaatsgevonden en dat bewijs daarvoor niet tijdig was aangeleverd.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd op grond van artikel 86a, vierde lid, van de Wet op de accijns, waarbij de fictieve uitslag niet afwijkt van de werkelijke uitslag. De wettelijke bepalingen over het tijdstip van verschuldigdheid en aangifte zijn van toepassing. Het bewijs dat de overtreding in Groot-Brittannië plaatsvond werd niet toegelaten vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van vier maanden. Het Hof verwierp alle verweren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Proceskosten werden niet aan een van de partijen toegewezen. De uitspraak werd op 25 april 2008 in het openbaar uitgesproken door de genoemde rechters.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslagen accijns tabak en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.