ECLI:NL:GHSGR:2008:BD8380
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring vordering schadevergoeding RSI-arbeidsongeschiktheid werknemer
De werknemer was sinds 1981 in dienst bij BVLF en ondervond vanaf circa 1992 klachten aan nek, schouder en armen die in de loop der jaren verergerden tot een chronische RSI-aandoening. Diverse behandelingen en aanpassingen van de werkplek werden ingezet, maar zonder blijvend resultaat. Na langdurige arbeidsongeschiktheid werd de werknemer in 2004 ontslagen.
De werknemer stelde BVLF aansprakelijk voor de schade als gevolg van zijn RSI-klachten en vorderde vergoeding. De rechtbank verwierp het beroep van BVLF op verjaring, maar het hof stelde vast dat de werknemer al vóór 26 oktober 2000 voldoende zekerheid had over de oorzaak en het chronische karakter van zijn klachten, en daarmee ook over de aansprakelijkheid van de werkgever.
Hierdoor was de verjaringstermijn van vijf jaar volgens artikel 3:310 BW Pro reeds begonnen te lopen en was de vordering op het moment van de stuiting door de werknemer in 2005 verjaard. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van de werknemer af wegens verjaring. Tevens werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werknemer wordt afgewezen wegens verjaring.