ECLI:NL:GHSGR:2008:BF3987
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname aan terroristische organisatie en voorbereidingshandelingen met wapens
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage op 2 oktober 2008 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen meerdere verdachten betrokken bij de zogenaamde Piranha-zaak. Vier verdachten werden veroordeeld voor deelname aan een organisatie met een terroristisch oogmerk, waarbij onder meer wapens, munitie, schietoefeningen, en het verzamelen van adressen van politici als bewijsmiddelen dienden. Een vijfde verdachte kreeg een lagere straf voor een vuurwapendelict zonder terroristisch oogmerk.
Het hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was ondanks enkele onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek, die echter niet leidden tot bewijsuitsluiting of strafvermindering. Het hof verwierp onder meer het verweer van dubbele vervolging (ne bis in idem) en concludeerde dat de verschillende onderzoeken naast elkaar konden bestaan. Uit verklaringen, telefoongesprekken, en gevonden bewijsmateriaal bleek dat de verdachten een radicale en gewelddadige geloofsopvatting aanhingen en actief deelnamen aan voorbereidingen voor terroristische misdrijven.
Het bewijs bestond onder meer uit verklaringen van getuigen, telefoontaps, ambtsberichten van de AIVD, en forensisch onderzoek naar wapens en munitie. Ondanks enkele tekortkomingen in het dossier en het opsporingsproces, waaronder het schrappen van passages in verklaringen en het verkeerd aanleveren van digitale bewijzen, achtte het hof het bewijs betrouwbaar en voldoende voor veroordeling. Het hof verklaarde ook een voorwerp verbeurd dat gebruikt was bij het plegen van de feiten.
De strafrechtelijke kwalificaties betroffen onder meer deelname aan een terroristische organisatie (art. 140a Sr), werving voor gewapende strijd (art. 205 Sr Pro), en het bezit en vervoer van vuurwapens met het oogmerk terroristische misdrijven voor te bereiden (art. 55 WWM Pro). De verdachten werden veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van drie maanden tot negen jaar, afhankelijk van hun rol en betrokkenheid.
Uitkomst: Vier verdachten veroordeeld tot gevangenisstraffen van vier tot negen jaar voor deelname aan terroristische organisatie en voorbereidingshandelingen met wapens; vijfde verdachte veroordeeld tot drie maanden voor vuurwapendelict.