ECLI:NL:GHSGR:2008:BG8148
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Mink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheidstestament niet wegens ontbreken ziekte volgens artikel 4:953 oud BW
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep van appellanten tegen de afwijzing door de rechtbank van hun vorderingen tot nietigverklaring van een testament op grond van artikel 4:953 oud Pro BW. De kern van het geschil betrof de vraag of het begrip "ziekte" in dit artikel ook het "lijden aan het leven" omvatte, zoals door appellanten werd betoogd.
Het hof overwoog dat cumulatief aan drie vereisten moet worden voldaan voor nietigheid: behandeling tijdens ziekte, totstandkoming van de wilsbeschikking tijdens die ziekte, en overlijden ten gevolge van die ziekte. Uit deskundigenrapporten bleek dat de overledene geen somatische of psychische ziekte had, maar vrijwillig voedsel en vocht had geweigerd uit wens tot levenseinde. Dit "lijden aan het leven" kwalificeerde niet als ziekte in de zin van het wetsartikel.
Het hof benadrukte het belang van rechtszekerheid en beperkte uitleg van beschermingsbepalingen zoals artikel 4:953 oud Pro BW. Het verwierp het bewijsaanbod van appellanten en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat het testament niet nietig is verklaard wegens het ontbreken van een ziekte die de uiterste wil zou beïnvloeden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de nietigheidsvordering af wegens het ontbreken van een ziekte in de zin van artikel 4:953 oud BW.