ECLI:NL:HR:2002:AD9601
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen van de Staat inzake investeringsverplichtingen melkveehouderij en bijzonder melkquotum
De zaak betreft een geschil tussen een melkveehouder en de Staat over onrechtmatig handelen in het kader van investeringsverplichtingen en de toekenning van een bijzonder melkquotum. De melkveehouder had een overeenkomst gesloten om geen melk te leveren en wilde later een melkveestal bouwen om in aanmerking te komen voor grond en een bijzonder melkquotum. De Staat weigerde dit bijzonder melkquotum op grond van investeringsverplichtingen die volgens de Staat vóór een bepaalde datum waren aangegaan.
De Rechtbank oordeelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde tot schadevergoeding. Het Hof bekrachtigde dit oordeel, maar de Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof. De Hoge Raad stelt dat investeringsverplichtingen in de zin van de Beschikking superheffing zijn aangegaan op het moment dat zij voor de rechter afdwingbaar zijn, ook als zij onder een ontbindende voorwaarde zijn aangegaan.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de verweerder in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak verduidelijkt de uitleg van art. 11 van Pro de Beschikking superheffing en het moment waarop investeringsverplichtingen worden geacht te zijn aangegaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over onrechtmatig handelen van de Staat inzake investeringsverplichtingen.