ECLI:NL:GHSGR:2009:BH4214
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.A. Boele
- A.V. van den Berg
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij melkquotumprocedure
Appellant diende in 1984 een aanvraag in voor een extra melkquotum, welke door de minister werd afgewezen. Na langdurige procedures bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en de burgerlijke rechter, stelde appellant dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door het niet tijdig toekennen van het melkquotum en de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat het CBb destijds niet voldeed aan de eisen van art. 6 EVRM Pro, maar dat de rechtsgang niet per definitie onrechtmatig was. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn met circa 13,5 jaar was overschreden, waarbij een weerlegbaar vermoeden van immateriële schade bestond. Het hof wijzigde zijn eerdere jurisprudentie en erkende dat immateriële schadevergoeding bij substantiële termijnoverschrijding toewijsbaar is.
De inhoudelijke toetsing van de ministeriële besluiten over het melkquotum leidde tot de conclusie dat de minister niet onrechtmatig had gehandeld. Het hof kende appellant een immateriële schadevergoeding toe van €16.875,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf de uitspraakdatum, met een mogelijkheid tot aanvullende vergoeding voor verdere vertraging.
De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd. Het arrest werd uitgesproken op 24 februari 2009 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: De Staat is veroordeeld tot betaling van €16.875,- immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, vermeerderd met wettelijke rente.