ECLI:NL:PHR:2011:BO5046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 6 EVRM op vergoeding bij overschrijding redelijke termijn in belastinggeschillen over leges bouwvergunning
In deze zaak staat centraal de vraag of artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) van toepassing is op een geschil over leges die de gemeente Tilburg heft voor de beoordeling van een aanvraag voor een bouwvergunning. De belanghebbende klaagt over de lange duur van de procedure, die ruim acht jaar heeft geduurd tussen het indienen van de aanvraag en de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad analyseert uitgebreid de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de nationale rechtspraak. Daarbij wordt vastgesteld dat belastinggeschillen in beginsel niet onder artikel 6 EVRM Pro vallen, omdat zij deel uitmaken van de 'hard core of public-authority prerogatives'. Echter, leges voor bouwvergunningen zijn geen belastingen maar retributies voor een individuele publieke dienst, en hebben een directe invloed op privaatrechtelijke rechten zoals eigendom. Daarom is artikel 6 EVRM Pro wel van toepassing op dergelijke geschillen.
De Hoge Raad bespreekt de criteria voor de redelijke termijn en de beoordeling van overschrijding daarvan, waarbij onder meer de complexiteit van de zaak, het gedrag van partijen en de autoriteiten, en het belang van de zaak worden meegewogen. De normtermijnen van de Hoge Raad voor belastingzaken worden ook op civiele bestuursrechtelijke geschillen toegepast.
Ten slotte wordt ingegaan op de mogelijkheid van vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Hoge Raad verwijst naar artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de jurisprudentie van het EHRM over effectieve remedies. De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte niet op de klacht over termijnoverschrijding is ingegaan en dat de feiten wijzen op een ernstige overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Artikel 6 EVRM is van toepassing op geschillen over leges bouwvergunningen en overschrijding van de redelijke termijn kan leiden tot vergoeding van immateriële schade.