ECLI:NL:GHSGR:2009:BI2408
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- V. Disselkoen
- W.E.M. Leclercq
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens incident met bedrijfsarts
De werknemer, sinds 1988 in dienst bij De Haagse Hogeschool, werd op 3 september 2004 op staande voet ontslagen na een incident waarbij hij de bedrijfsarts boos benaderde en fysiek contact maakte. De werkgever stelde dat dit gedrag een dringende reden voor ontslag vormde.
De werknemer was sinds 2001 deels arbeidsongeschikt en had een moeizame werkrelatie met collega's. Diverse medische onderzoeken concludeerden dat hij geschikt was voor ander passend werk, maar herplaatsing binnen de hogeschool was niet mogelijk. Het ontslag volgde na een gesprek met de bedrijfsarts, waarin de werknemer boos werd en een stoel optilde en de arts bij de keel greep.
De rechtbank had het ontslag op staande voet bevestigd, maar het hof oordeelde dat het gedrag van de werknemer weliswaar onacceptabel was, maar niet zodanig dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd was gezien zijn lange dienstverband, leeftijd en omstandigheden. Het hof verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk en veroordeelde de werkgever tot betaling van een gefixeerde schadeloosstelling, een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en buitengerechtelijke incassokosten, plus wettelijke rente en proceskosten.
De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die vereist is bij ontslag op staande voet en de belangenafweging tussen werkgever en werknemer, vooral bij langdurige arbeidsrelaties en gezondheidsproblemen.
Uitkomst: Het hof verklaart het ontslag op staande voet kennelijk onredelijk en veroordeelt de werkgever tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.