ECLI:NL:PHR:2010:BM7150
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding bij arbeidsconflict
De zaak betreft een werknemer die sinds 1988 in dienst was bij de Haagse Hogeschool en na een periode van arbeidsongeschiktheid en conflicten met collega's werd ontslagen op staande voet wegens een incident met de bedrijfsarts waarbij hij een stoel ophief en de arts bij de keel greep.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding. De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk en kende een vergoeding toe gebaseerd op de kantonrechtersformule met een C-factor van 0,6 en een korting van 30%, wat resulteerde in €51.400.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door eerst de hoogte van de vergoeding te bepalen en daarna te beoordelen of het ontslag kennelijk onredelijk was. De beoordeling van kennelijke onredelijkheid moet integraal plaatsvinden, waarbij ook de vergoeding een onderdeel is van de afweging. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat het ontslag op staande voet in deze omstandigheden niet gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling conform de juiste rechtsregels. De procedure toont de complexiteit van ontslagrechtelijke geschillen, met aandacht voor medische beoordelingen, arbeidsrelaties en de toepassing van de kantonrechtersformule bij kennelijk onredelijk ontslag.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.