ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1434
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Stille
- Husson
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning minderjarige wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
In deze zaak stond de geldigheid van een erkenning van een minderjarige in de Dominicaanse Republiek centraal. De man stelde dat ten tijde van de erkenning in 1996 sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen hem en het kind, zoals vereist in artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro. Het hof heeft de bewijslevering van de man getoetst, waarbij onder meer verklaringen van de ex-echtgenote en de moeder van het kind werden betrokken.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende concrete feiten en voorbeelden had aangevoerd om zijn stelling te ondersteunen. Telefonisch contact en enkele documenten uit latere jaren waren onvoldoende om een nauwe persoonlijke betrekking aan te nemen. De fysieke afstand tussen Nederland en de Dominicaanse Republiek werd erkend als een praktische belemmering voor frequent contact, maar dit rechtvaardigde niet het ontbreken van bewijs.
Omdat niet is voldaan aan de tenzij-clausule van artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro, is de erkenning van de minderjarige in 1996 nietig volgens Nederlands recht. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking van de rechtbank, maar verbeterde de gronden en wees de verzoeken van de man in hoger beroep af.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige in 1996 wordt nietig verklaard wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.