ECLI:NL:HR:2011:BO7114
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling nauwe persoonlijke betrekking en opname buitenlandse geboorteakte
De zaak betreft een verzoek van een man om vast te stellen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen hem en een kind dat in de Dominicaanse Republiek is geboren en erkend, en om opname van de buitenlandse geboorteakte met erkenning in het Nederlandse register van de burgerlijke stand.
De rechtbank wees het verzoek af en het gerechtshof bekrachtigde deze beslissing. Het hof stelde dat de beoordeling van de nauwe persoonlijke betrekking moet plaatsvinden op het moment van de erkenning, waarbij de man het bewijs moest leveren dat die betrekking toen bestond.
De man stelde in cassatie dat deze bewijsopdracht onjuist was, omdat de persoonlijke betrekking moet worden beoordeeld als family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro en niet beperkt mag zijn tot het tijdstip van erkenning. De Hoge Raad verwierp dit middel en oordeelde dat de beperkingen in artikel 1:204 BW Pro hun grond vinden in artikel 8 lid 2 EVRM Pro, die rechten van anderen beschermt.
Het beroep werd verworpen en de beschikking van het hof bleef in stand. De uitspraak is gedaan door raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser, waarbij Bakels het vonnis openbaar uitsprak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van een nauwe persoonlijke betrekking en opname van de buitenlandse geboorteakte wordt afgewezen.