ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1560
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- S.T.M. Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding dubbele huisvestingskosten als extraterritoriale kosten in loonbelasting
Belanghebbende, een Duitse naamloze vennootschap, stelde in hoger beroep de vraag aan het Gerechtshof of de vergoeding van dubbele huisvestingskosten voor haar ingekomen Duitse werknemers als extraterritoriale kosten in de loonbelasting kon worden aangemerkt. De Inspecteur stelde dat deze kosten wel als zodanig moesten worden beschouwd en dat de vergoeding niet onbelast kon plaatsvinden buiten de wettelijke 30%-regeling.
Het geschil betrof de periode van 1 januari 2000 tot en met 15 januari 2004, waarin belanghebbende haar werknemers woonruimte ter beschikking stelde, terwijl deze fiscaal niet als inwoner van Nederland werden gekwalificeerd. Het Hof stelde vast dat de wetgever met ingang van 1 januari 2001 een wettelijke basis had gecreëerd voor de 30%-regeling, waarbij extraterritoriale kosten, waaronder dubbele huisvestingskosten, binnen deze regeling vallen.
Het Hof oordeelde dat de kosten van dubbele huisvesting niet onbelast kunnen worden vergoed buiten de 30%-regeling en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van zakelijke kosten die volledig vrij konden worden vergoed. Ook het beroep op het non-discriminatiebeginsel en het vertrouwen in de overgang van de 35%- naar de 30%-regeling werd door het Hof verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en proceskosten werden niet aan een der partijen opgelegd.
Uitkomst: De vergoeding van dubbele huisvestingskosten kan niet onbelast worden vergoed buiten de 30%-regeling; het hoger beroep wordt afgewezen.