ECLI:NL:HR:2002:AE5215
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongelijke behandeling bij aftrek en vrijstelling kosten kinderopvang in belastingrecht
Belanghebbende was gehuwd en maakte in 1995 kosten voor beroepsmatige kinderopvang voor haar eerste kind, die hoger waren dan het maximaal aftrekbare bedrag in de inkomstenbelasting. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, het Hof bevestigde dit en stelde dat de ongelijke behandeling tussen de aftrek van kosten als buitengewone last en de vrijstelling van loonbelasting voor vergoedingen door werkgevers niet onrechtmatig was.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever een ruime beoordelingsmarge heeft bij het bepalen van fiscale regelingen en dat de verschillen in drempels (100% van ouderbijdragen voor aftrek en 75% voor loonbelastingvrijstelling) objectief en redelijk gerechtvaardigd zijn vanwege het beperkte fiscale karakter van het kinderopvangbeleid en de praktische uitvoerbaarheid.
Ook het verschil in maximale aftrekbedrag voor buitengewone lasten en het ontbreken daarvan voor loonbelastingvrijstellingen werd door de Hoge Raad als niet onredelijk beoordeeld. De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende en verklaarde zowel het principale als het incidentele beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van het Hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het principale en incidentele beroep ongegrond en bevestigt de ongelijke behandeling als objectief en redelijk gerechtvaardigd.